zaterdag 1 maart 2014

Bijzondere ontmoetingen op St.Eustatius

In Nederland wordt het eiland St.Eustatius genoemd, maar hier in de volksmond is het, "Statia".
De avond voor ons vertrek naar Statia kwamen we Maarten en Thea van de Nostress tegen. We hebben hen voor het eerst ontmoet tijdens hun vertrekfeestje in Enkhuizen in 2012 en de laatste keer dat we elkaar zagen was in Suriname, vorig jaar.

Na Saba stond Statia voor ons op het programma, de afstand tussen beide eilanden is ongeveer 20 nm.
De tocht er naar toe was pittig, veel wind en een rare zee.
Hier Ellen in opperste concentratie, om het niet te verleren sturen we af en toe op de hand.
In tegenstelling tot Saba is Statia vrij vlak en daar waar Saba een vrij eentonige bouw heeft, is Statia weer vrij uitbundig in haar bebouwing. Ook vindt je op Statia heel veel historische gebouwen, ruïnes en oude stenen.
Vorige week hebben we het nog over hem gehad en kijk nu wie we hier tegen komen.
 
Mijn nicht Tineke, moest voor haar werk op Statia zijn en wij hadden min of meer afgesproken elkaar daar te ontmoeten. Dat is gelukt, zij was overdag aan het werk, maar we hebben twee avonden heel gezellig met elkaar gegeten.
Tineke en haar collega's Monica en Rose Mary doen een project voor het ministerie van onderwijs.

Op Statia wonen Gerard en Hetty, de ouders van Ingrid, een medezeilster die met de Blabber onderweg is. Ingrid vertelde ons dat haar ouders trouwe lezers zijn van ons blog. Toen we dat hoorden hebben we gelijk besloten om Hetty en Gerard met een bezoek te vereren. Hun reactie was overweldigend, we werden direct op sleeptouw genomen en zij hebben ons het hele eiland laten zien.
Tenslotte eindigden we in het hotel waar Tineke ook logeerde en hebben heerlijk met het hele stel geborreld.

Het was een TOP dag, kan niets anders zeggen.

Nu wil het toeval, dat we Ingrid en Ben ook voor het eerst ontmoet hebben in Enkhuizen, tijdens het vertrekfeestje van de Nostress. Wat deze ontmoetingen extra bijzonder maakt is dat Hetty en Gerard ook in Enkhuizen hebben gewoond, voordat ze naar Statia vertrokken. Is dit bijzonder, is dit toeval of is de wereld toch echt rond ;-))

zondag 23 februari 2014

Acapella op Saba

Saba, een klein stukje Nederland ergens midden in de oceaan, een rots die zomaar uit het water oprijst. Ongenaakbaar, onherbergzaam, lastig bereikbaar, bewoonbaar, groen en onbedorven.Wat een prachtig eiland, overgroeid met tropisch regenwoud. De mensen zijn er zeer vriendelijk, de wegen steil en liften is, als toerist de gemakkelijkste en goedkoopste manier om ergens te komen.
De Acapella is 22/02 op Saba aangekomen. Ankeren mag niet op Saba maar er zijn wel moorings. Deze meerboeien liggen aan de westkant bij Ladderbay, enigszins in de luwte van het eiland, direct naast een loodrecht uit zee oprijzende steile wand. Hier is ook de Ladder, de plek waar men vroeger aan land ging en waar je als eerste bij het douanekantoortje, het Customhouse, terecht kwam. Via deze ladder werden alle goederen het eiland op gedragen, zelfs een keer een piano. Door dat er vaak enorm veel swell staat was het soms onmogelijk om hier aan land te gaan en heeft men er uiteindelijk voor gekozen om op een andere plek een haventje te bouwen.
Inklaren en of aan land gaan doe je nu dus aan de zuidkant, dit ligt vol in de wind en om er te komen moet je met je rubberboot pal tegen de wind en de golven opboksen. Het resultaat is dat je drijfnat aan de kant komt. Na één keer hadden we dit door en de volgende keren gingen we dan ook in badkleding naar het haventje toe.
Liftend gingen we omhoog, eerst naar Bottom, het eerste en laagste dorpje, St.John's en uiteindelijk Windhoek, het hoogste dorp. Vandaar uit had je een prachtig uitzicht over een groot deel van het eiland, zelfs St.Eustatius zie je in de verte liggen.
Bij Windhoek begint ook de wandeling naar de hoogste berg. Er zijn precies 1067 treden uitgehakt om bij de top te komen. Wij hebben er 245 genomen en zijn toen linksaf gegaan weer het dal in. Na een prachtige wandeling door de natuur kwamen weer beneden bij de haven uit.












Er is elke dag wel wat......

 
Eigenlijk  had ik dit blogje, "Het is nooit saai", willen noemen maar die titel heb ik al eerder  gebruikt.
"Er is elke dag wel wat", klinkt dramatischer dan het in werkelijkheid is, maar aan de andere kant, er is ook iedere dag wel iets!
Ellen vertrouwde de bout en de schakel, die de ketting met het anker verbindt, niet meer. De gegalvaniseerde schakel was helemaal zwart uitgeslagen en brokkelde op één of andere manier ook een beetje af. 
Als je zoiets constateert dan slaap je niet echt rustig meer achter je ankertje. 
We nemen het zekere voor het onzekere en besluiten deze schakel te vervangen Na het nodige zoekwerk vonden we er uiteindelijk één van roestvrijstaal. 
Vervangen kan natuurlijk alleen wanneer het anker is opgehaald. We gingen toch varen en gewapend met een grote Baco zou ik, op de voorpunt van het bewegende schip, de schakel wel 'even' vervangen. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het ding zat behoorlijk vastgeroest of eigenlijk muurvast en bij de derde poging brak de lip van de bout af. Nu waren we nog verder van huis, hoewel het misschien ook wel weer iets zei over de conditie van de bout. 
Het besluit om bij het tankstation aan de kade te gaan liggen was snel genomen. Tanken hoefden we eigenlijk niet, maar dat hebben we ook maar gelijk gedaan. (50ltr). 
Het anker met een stuk ketting werd op de kade getrokken en met mijn, onlangs bij de Action voor €17,00 aangeschafte slijptol, was de klus in een paar minuten gepiept. Oude schakel er af, nieuwe er op. 
Zo is er elke dag wel wat, maar in ieder geval, .......... het is nooit saai. 
 
NB: Bij nadere inspectie bleek de gegalvaniseerde schakel nog prima in orde. Alleen de buitenkant van zowel de bout als de schakel was een beetje gecorrodeerd. 


dinsdag 18 februari 2014

Voortschrijdend inzicht

 
Wanneer je in een haven ligt, met een stekker in het stopcontact, is het leven aan boord van een boot vrij eenvoudig.
Je hebt de beschikking over elektriciteit, warm water en over je energieverbruik hoef je niet na te denken. Wanneer je achter je anker ligt en afhankelijk bent van zonne- en windenergie, ziet de wereld er plotseling heel anders uit. 
Aan de kant kun je onbeperkt water bijvullen en je elektrische boiler zorgt ervoor dat je altijd heet water hebt. 

Achter je anker is het hete water na drie dagen op, of in ieder geval koud. 
Wanneer je de motor laat draaien  heb je na een uurtje wel weer een boiler vol met heet water, maar ja, de motor aan zetten, dat wil je eigenlijk niet. Zeker niet zolang je het kunt redden met de windmolen en zonnepanelen. 

Water maken is een ander hoofdstuk. We hebben twee tanks van allebei ongeveer 200 liter. Als de één leeg is, schakelen we om naar de ander.
Het was altijd zaak om er dan voor te zorgen dat de lege tank zo snel mogelijk weer gevuld werd. 
Voorheen liet ik meestal, zodra het ook maar enigszins mogelijk was, de watermaker een uur of vijf draaien. Dan moest de motor ook wel aan, want anders trok je de accu's leeg. 
Voordeel was, heet water en de batterijen werden ook weer goed opgeladen. Nadeel, het is niet echt goed voor je motor. 
We doen het nu anders. Er is zon en wind genoeg, dus de accu's worden regelmatig en goed opgeladen. 
Meestal zo rond twaalf uur 's middags staat de SOC (de laadtoestand -State Of Charge- van de accu's) op 100%. 
Nu laten we de watermaker een uurtje of twee draaien op de accu's en daarna gaat ze weer uit. In plaats van één keer in de zoveel tijd, maken we nu bijna iedere dag een paar uurtjes water.
Dit werkt prima op de accu's en heeft geen nadelige gevolgen voor de motor. Na een paar dagen hebben we alleen geen heet water meer, maar daar verzinnen we vast ook nog wel iets op. Voor de afwas koken we af en toe maar een keteltje water. 

Het is toch goed dat er af en toe iets fout gaat, want daardoor ga je wel weer op een andere manier naar je omgeving kijken. Of is dat voortschrijdend inzicht?

Van onze goede vriend en technisch adviseur Hans, een nazaat van één van Neerlands beroemdste zeevaarders, ontvingen we het volgende bericht: 
"Houd in ieder geval een stuk spek op voorraad als lekdichter, mijn oudoom Michiel Adriaanszoon de Ruyter, deed dat ook. Groetjes...".

Laten wij dat nou toch zomaar in huis hebben ;-))
Zo zie je maar weer, dat het inzicht, uiteindelijk toch gewoon op zijn schreden terugkeert. 




maandag 17 februari 2014

Ellways met vleugels

Al meer dan een jaar wil Ellen vleugels.

Hoezo vleugels? Een mens kan toch niet vliegen? 
Ja dat weet ik wel, maar zij wil hoe dan ook vleugels. 
Waarom?
Heel veel zeilers hebben vleugels. 

Hoezo dat dan?
Ze zeggen dat je met vleugels sneller gaat en minder verbruikt. 
Oh, ze wil nieuwe zeilen.
Nee, ze wil vleugels. 

Grappig, zeker stewardess geweest en nu heeft ze er spijt van dat ze niet meer vliegt ;-))
Nee, ze wil gewoon vleugels.

Hoewel, wellicht is het een idee, we gaan een nieuwe luchtvaartmaatschappij oprichten. We noemen het, 'Ellways'. 

Nee, alle gekheid op een stokje. Ellen wil vleugels op haar buitenboord motor. 
Volgens de kenners ga je dan sneller, met andere woorden, je komt eerder in plané, je verbruikt minder brandstof en het vaart rustiger. Wat wil je nou nog meer. 
Inmiddels hééft Ellen vleugels.

Voor mijn gevoel maakt het in snelheid niets uit.
Volgens Ellen wel degelijk. In het vervolg noem ik haar "Snelle Ellie".

We kunnen onze nieuwe airliner ook 'Snellways' noemen.

Een idee voor het uniform heb ik al.

Eventuele andere suggesties zijn welkom hoor.
 
 

Weer op open water.

Met bloedend hart, maar niet heus, hebben we afscheid genomen van Bobby's Marina.
Eindelijk hebben we ons weten los te rukken aan het landleven en liggen weer op open water.
Het anker is uit in Simpson Bay, vlakbij de brug naar de Lagoon op Sint Maarten. De ankerverlichting staat aan en we liggen  heerlijk te wiegen in het water. Geen gepiep en geknars van landvasten op de steiger. 

Na het gedonder met de messing afsluiter van de watermaker zat de schrik er toch wel goed in. Van Ton, een trouwe lezer kregen we een artikel toegezonden over de desastreuze toepassing van messing materialen in de scheepvaart. Een reden temeer om daadwerkelijk alle afsluiters te controleren en te vervangen bij de eerste de beste gelegenheid. 

Het is wel weer even wennen zo op het water. De boot maakt hele andere bewegingen dan wanneer je aan de kade ligt. Soms voel je je een beetje 'licht' in het hoofd. 
"Nee, dit komt niet door de Chardonnay".
 
Het is lekker hoor, we kunnen weer gewoon buiten douchen en hebben heel veel meer privacy. Nadeel is, dat je op je energie huishouding moet letten maar dat mag de pret niet drukken.
 
Heel even was ik het vergeten, maar het beste om buiten te liggen, is het feit dat je weer kunt zwemmen.
 

woensdag 12 februari 2014

Na een 'Lazy Sunday', volgt een 'Crazy Monday'.

Op Dinsdag gaan we vertrekken. Een rondje om Sint Maarten en daarna door naar St. Barth's, Saba en Sint Eustatius, ook wel Statia genoemd.

De laatste boodschappen, een inspectie ronde over de boot. 
Een servicebeurt van de watermaker, dan kunnen we straks op open zee weer heerlijk, vers watermaken. 
 
Het liep even anders..........

Plotseling had ik de hendel van de wateraanvoerafsluiter (3x woordwaarde) van de watermaker in mijn handen en spoot het water naar binnen. 
'Stress. We zijn lek!' De afsluiter was op geen enkele manier meer dicht te krijgen.
 
Ellen ging op zoek naar Erik, de boot yard manager van Bobby's Marina. Twee weten meer dan één. 
Met één hand op het lek, probeerde ik met mijn andere hand de afsluiter van de afvoer te demonteren. Deze is hetzelfde als die van de aanvoer en kan gemakkelijk verplaatst worden. 

Erik demonteerde de aanvoer, ik de afvoer. 
"Klaar!" "Ja, klaar". Eén op één konden we de afsluiters overzetten. 

We dreven nog en het water spoot niet meer naar binnen. 
"Erik, bedankt". 

Het rondje Sint Maarten hebben we maar even uitgesteld. Eerst op zoek naar nieuwe afsluiters. 

Na heel veel 'vijven en zessen', zijn we redelijk geslaagd bij Budget Marine. 
Ik heb me wel voorgenomen om, straks op Curaçao, alle messing afsluiters te vervangen voor kunststof.
Oud en nieuw.
 
Op de terug weg van Budget Marine, hebben we het nuttige met het aangename gecombineerd en de wijnkelder maar weer aangevuld. 'Voor het geval het water op is'.
24 flessen Frontera Chardonnay voor $5,- per fles, dat konden we niet laten lopen.